Het universele peloton

“Voor”, “achter”, “paaltje”of nog erger “losse hond” zijn als je in een pelotonnetje fietst herkenbare waarschuwingen. Negeren is trouwens levensgevaarlijk. Het aardige is nu dat dit ook werkt als je met een groepje willekeurige mensen koerst. Die mensen heb je namelijk net vijftien tot tien minuten van te voren op een of andere verzamelplek voor het eerst ontmoet met als enige afspraak de route (zo’n 65 km), de snelheid (gematigd) en géén koffie onderweg (dus na afloop mag het wel). Zo’n groepje vind ik mooi en het is meestal nog reuze gezellig ook.

Het vreemde is dat ik de eerste vijftig jaar van mijn leven eigenlijk juist helemaal niet zoveel van groepjes moest hebben. Ik vond groepjes maar naar en vervelend. Vooral omdat je vaak op je hoede moet zijn. Misschien dat het kwam omdat ik nog weleens door pestkoppen op mijn (toen nog) rode haren werd gewezen. Pesten of discrimineren om iets dat je bent is een verschijnsel dat ik nooit heb begrepen. En dan alle meelopers die meeliepen, heb ik evenmin nooit begrepen. Ik was waarschijnlijk de enige van de vijfde klas van de lagere school (voor de jongeren: groep 7) die in stilte juichte, omdat de kampeerweek in Ootmarsum vanwege de bezuinigingen door de wethouder tot een schoolreisje van één dag werd teruggebracht. Op de middelbare school beleefde ik wel veel plezier aan ons handbalteam, maar ik was wel altijd een beetje op mijn hoede. Met enige inspanning slaagde ik er in mij aan de keuring voor de militaire dienst te onttrekken; zo’n massale keuring leek me namelijk een gruwel. Misschien dat ik het iets moet nuanceren, want sommige groepjes vond ik altijd wel leuk zoals de fotoclub op de middelbare school en ook met de vrienden van de studentenflat plus aanhang en kinderen gaan we al sinds 1978 het pinksterweekeinde weg.

Sinds een jaar of vijf is mijn houding ten opzichte van groepjes langzaam maar zeker veranderd. Lang dacht ik dat ik op mijn werk een ruimschoots voldoende portie intermenselijk contact kreeg, zodat tijdens het sporten de voorkeur naar solo uitging. Schaatsen of fietsen gaat namelijk ook prima in je eentje. Vanwege een niet te versmaden aanbod van de KNSB voor een eenmalige schaatsclinic van zes lessen om de techniek te verbeteren, kwam ik alsnog in een groepje. En zo bleek tegen alle verwachting het eens per week in een groepje met willekeurige mensen schaatsen vele maken leuker te zijn dan ik had gedacht. De kern is waarschijnlijk dat er een hoge mate van synergie optreedt (de win-win-situatie van in een treintje schaatsen) zonder dat het een teamprestatie wordt.

En plots, zonder dat ik het eerst besefte, wijzigde mijn blik op de wereld. Mensen vormen niet alleen vervelende en nare groepjes, maar best wel veel mensen vormen juist groepjes op een positieve grondslag. En zo kreeg mijn mensbeeld een extra dimensie, die me positief blijft verbazen omdat het zo universeel is. Uiteraard gebeuren er een hoop nare dingen, maar er is ook veel empathie in de wereld. Als er een bom ontploft kun je je verbazen over de wreedheid van de dader, maar je zou je nog veel meer moeten verbazen over de vele mensen die spontaan gaan helpen. Willekeurige mensen die spontaan iets doen, gewoon omdat ze daarvoor zelf kiezen, of omdat ze het leed willen verzachten uit een gevoel van mededogen. En dat is mooi, dat is het universele peloton.

Column van Martin van Oostrom maart 2014 | Universele peloton @ Italiaanse Racefietsen



1 Reactie op “Het universele peloton

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *