Het Geweten van Eddy

Guido

Guido

“Verdoeme”! vloekte Eddy binnensmonds, terwijl hij met de ochtendkrant in de hand richting zijn voordeur liep. Daar had je het al. Lance genadeloos door de mand gevallen. En die gast had z’n zaakjes nog wel zo goed voor elkaar. Een Groot Kampioen is niet meer.

Hij had het met zijn Texaanse vriend uiteraard nooit uitgesproken. Maar beiden wisten dat je ook in deze tijd een tour (of zeven tours, for that matter) niet wint op water en brood. Wat die vreemde vogel van een Wiggo ook beweerde. Nee, Eddy wist het en Lance wist het.

Het hele gebeuren maakte de boel wel vervelend ingewikkeld. Want Lance zou hem, die Andere Grote Kampioen nu voortaan vast met hele andere ogen bekijken. Want zíjn 525 overwinningen waren uiteraard ook niet allemaal op basis van zuivere koffie bijelkaar gefietst. Maar daar had niemand het verder over. Hij was na al die jaren en jaren nog stééds die Hele Grote Meneer. En dat zou wel altijd zo blijven.

En Lance had eerlijk gezegd ook wel een punt. Eigenlijk was hij – De Beste Renner Aller Tijden – ook gewoon een bedrieger. Maar ja… Het waren Andere Tijden toen. Minder controles, minder verfijnde technieken en vooral minder pottenkijkers. Dus ja: de kans was daardoor een stuk groter dat je weg kwam met vals spel.

Hoe dan ook: het zat hem niet lekker. Het zou hem moeite kosten om Lance de eerstvolgende keer recht in de ogen te kijken. Hij voelde aan zijn water dat hun vriendschap nooit meer dezelfde zou zijn. Ook al deden ze beiden alsof er niets aan de hand was.

En dat allemaal vanwege die verdomde doping. Zelfs na al die jaren bleef die je achtervolgen. Knagen. Dat deed het. Steeds vaker en steeds heviger… Nee, misschien moesten Lance en hij elkaar voorlopig maar niet meer onder ogen komen, bedacht hij toen hij bij zijn voordeur aangekomen was. Dat was beter voor iedereen.

Eddy stopte de krant onder zijn arm, stapte zijn huis binnen en sloot de deur achter zich. Het ontbijt wachtte.

Als directeur sportif van IR schrijf ik zo nu dan over de fiets en het fietsen. Hersenspinsels, invallen, filosofische overpeinzingen en observaties van mijn hand: alles kan aan bod komen.



7 reacties op “Het Geweten van Eddy

  1. Hier dan de juiste versie:

    “Zo vergaat aardse roem!” dacht Eddy bij zichzelf, terwijl Hij met de ochtendkrant naar de huiskamer liep. “Je kunt maar beter meteen gepakt worden, en dan gewoon toegeven. Iedereen weet het en die 5 Tours zijn voor altijd voor jou!! Lance heeft nog als voordeel dat wat hij naast de Tours te verliezen heeft – wat Dauphiné’s, een Midi, een Zwitserland – niks voorstelt. Ik zou daarnaast nog mijn ontelbare klassiekers kunnen verliezen. Al had die Amerikaan in ’99 wel de Ronde van Boxmeer gewonnen, en die mist op mijn palmares.”

    “Bradley Wiggins, Usain Bolt, Mo Farah, Michael Phelps, wanneer vallen ze door de mand? Of zijn ze zó veel slimmer dan de wielrenners van toen en nu? Matennaaiers, die huilend op hun knieën hun straf proberen te ontkomen, en bang zijn dat hun toch al schamele overwinningen hen ontnomen zal worden, die heb ik nooit gehad. Journalisten die wenend in de krant schrijven: ‘hij heeft gelogen in mijn gezicht’ hebben bij mij nooit de kans gehad.”

    “Ik heb me nooit beter voorgedaan dan ik was, niet naar het publiek, niet naar mijn ploeggenoten, niet naar de pers.” overweegt Eddy. Hij neemt een slok van zijn koffie en kijkt naar de nog steeds prachtige Claudine, die nog altijd bij hem is en hem door dik en dun gesteund heeft. Ze lacht naar hem en gooit hem vanuit de keuken een handkus toe, het ontbijt geurt door de kamer. Hij weet: “Ik ben inderdaad De Grootste. Zelfs 40 jaar later haal ik nog concurrenten in.”

  2. Wat in het hele dopingdossier de echte waarheid is boeit me niet. Ik denk dat het van belang is dat er een stapje naar mee openheid ontstaat waarbij ik denk dat iedere column, reactie een bijdrage kan leveren aan het collectief verwerken van een berg shit.

    Het herstel kan echter NIET door alleen renners te straffen. Sponsoren, ploegen, UCI en staf moet meer dan stevig achter de oren krabben en de voeten tussen de tenen eens goed uitkuisen.

  3. Hans Grootenboer

    Precies Fabio! Iedereen probeert nu de meubelen te redden en nog voor de kerstkalkoen geslacht is hebben we het al weer over het volgende dopinggeval. Ondertussen blijf ik lekker genieten van de koers.

  4. Nou, last is misschien een groot woord en ik vergroot de zaken in mijn column natuurlijk wat uit… Maar toch denk ik dat je het als sporter diep van binnen voelt als bedriegerij. Heel simpel gesteld: als ik zou besluiten om aan de dope te gaan, zodat ik voortaan elk zaterdagskoers bij de niet-licentiehouders op Sloten op het podium sta, dan zou mijn overwinningsgevoel daar danig onder lijden. Zélfs als ik zou weten dat er meer renners gedrogeerd zouden rondrijden. Het voelt gewoon niet goed en het gaat linea recta in tegen de reden dat ik aan sport doe: een gezonde geest in een gezond lichaam.

    Het is natuurlijk wel zo dat de belangen in mijn geval vele, vele malen kleiner zijn (lees: niet bestaan) en dat ik er niet mijn brood mee hoef te verdienen, maar toch… Een echte sporter wil het liefst op eigen kracht, puur op training en eventueel talent winnen. Pas dán kun je écht genieten van een overwinning.

  5. In de bergsport ben je puur als je de Everest beklimt zonder de gebottelde zuurstof. Dat noemen ze ” By Fair Means”

    Ieder mens heeft gevoelens. Lance net zo goed. Het kan zijn dat deze dip minder diep gaat dan alle ellende tijdens zijn ziekte. De lat wordt voor hem een stuk lager gelegd, maar ligt altijd nog hoger dat het diepste dal.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *