Funfactor

Gerard van Dongen op Italiaanse Racefietsen

Gerard

Op deze blog verschijnen regelmatig nieuwe modellen die inmiddels de kaap van de 10.000 Euro zijn gepasseerd. Ook fietsen van lezers waar een normaal gezin een jaar lang van kan eten. Strikt genomen zal het me een zorg zijn hoe duur de fiets is waar ieder op rijdt. Als je het geld een beetje eerlijk heb verdient vind ik het allemaal prima.

De een koopt een dure fiets omdat hij hem mooi vindt en een ander voor het imago, hoewel deze laatste groep dat doorgaans niet zo snel zal toegeven. Dan zijn er fietsers die geloven dat ze met een fiets van 10 k niet 1238e in een cyclo worden, maar ineens zomaar bij de eerste duizend kunnen eindigen. Een ongewassen krop sla de avond voor de cyclo kan het woord ‘race’ zomaar een heel betrekkelijk begrip maken. Een krop sla van nog geen Euro. 1 euro! Weg plek 937!

Voor mij persoonlijk is er maar één argument echt relevant. De Fun-Factor! Kortweg de aanschafprijs delen door het aantal hoogwaardige uren plezier wat je op deze fiets heb beleefd. Een gewoon rondje door de polder tellen we natuurlijk niet mee. M’n top 3 om eens te laten zien hoe weinig echte fun maar kost.:

Op drie: Cube AIM (MTB)

Via Marktplaats voor 175 Euro gekocht. 40 ritten in Spanje en Kroatië. Prachtige ritten door de woeste natuur. In 2009 met deze fiets deelgenomen aan de MTB editie van Parijs-Roubaix. In het startvak stond ik tussen de Specializeds van 6000 euro. Ik kwam wel als één van de eersten de wielerbaan oprijden.

De fiets vond uiteindelijk z’n Waterloo op de Muur van Geraardsbergen. Tijdens een permanent uitgezette MTB toer sloeg de derailleur in m’n achterwiel. Ik baalde niet eens. Deze fiets had voor het geld zoveel plezier gebracht dat ik met een grote glimlach de schade in ontvangst nam. Een knutselaar heeft hem opgekocht voor 75 euro!

Twee: Gazelle Mondiale

In 2009 gekocht om L’Eroica mee te rijden. In Oktober wordt het de vierde keer dat ik deze fiets hiervoor ga gebruiken. In de dagen voor L’Eroica fietsen we met een aantal Italiaanse vrienden altijd een aantal trainingsritten. Meestal in de Apennijnen en deze Gazelle heeft inmiddels een deftig rijtje passo’s op haar naam staan.

Bianchi op 1

In 2008 nam ik voor het eerst deel aan L’Eroica. Met deze Bianchi die me via Marktplaats 75 Euro heeft gekost. M’n eerste L’Eroica was een groot onbekend avontuur en deze loodzware Bianchi heeft me door de eveneens loodzware rit gesleept. 205 stoffige kilometers, een kleine 4000 hoogtemeters, de start van een unieke vriendschap en een liefde die wellicht eeuwig gaat duren. Dat voor 75 Euro? Nee want ik heb de fiets voor 125 euro verkocht omdat ik vond dat er met L’Eroica teveel Bianchi deelnam.

Jouw funfactor?

Tot zover mijn rijtje maar laat ons eens weten wat de funfactor is van jouw fietsen. Zet in de reactie de aanschafprijs en vooral het aantal kwaliteitsuren. Extra leuk wordt het als je zet waarom het kwaliteitsuren zijn.

De Bianchi waar ik naast 3 mooie trainingsritten in Italië m’n eerste L’Eroica mee heb gereden. Een fiets met een niet te kloppen funfactor.
 

Gerard van Dongen heeft in de jaren zeventig een beetje gekoerst. De tachtiger en negentiger jaren vulde hij met toerfietsen. De laatste jaren is Gerard vooral op zoek naar wielerromantiek. De fietsavonturen en andere hobby’s van Gerard kun je volgen op zijn blog. Meer columns van Gerard vind je op deze pagina.

Pin It


6 reacties op “Funfactor

  1. Ik geef je he_le_maal gelijk Gerard. Ik zal het je sterker vertellen: zelf heb ik nog nooit een gloednieuwe racefiets – waarvan ik dus eerste eigenaar was – gehad. Het waren altijd hele mooie tweedehands karretjes, die ik voor weinig geld op de kop wist te tikken en waar helemaal niets mis mee was.

    Wat te denken bijvoorbeeld van mijn Blauwe Engel? Een in perfecte staat verkerende GIOS New A-90 van krap vier jaar oud met carbon onderdelen, bovengemiddelde Campagnolo wielset en volledige Campagnolo Record groep, voor nog geen duizend euro. Bij het afrekenen had ik bij elke handje contantje briefje van honderd dat ik neertelde het gevoel dat ik geld vérdiende!

    Reken maar dat de omgerekende funfactor van die fiets inmiddels MasterCard-achtige proporties heeft aangenomen. Oftewel: priceless!

  2. Dit is wat het fietsen -in algemene zin- nog leuker maakt. Het op marktplaats zoeken/speuren/snuffelen naar voornamelijk Campagnolo-onderdelen. Zelf heb ik een peperdure fiets, althans als je ‘m nieuw zou kopen. Maar ik kan daar (het nieuw kopen), weinig tot geen plezier aan beleven. Dure nieuwe fietsen definieer ik veelal als een ‘pinpasfiets’. Dat wil zeggen weinig tot geen beleving: pinpas erdoorheen, bedrag 6k , druk op akkoord. Leuker is het, mijns inziens, om een beetje in de buurt te scharrelen en leuke verhalen te delen. Is het over een mooie route of waarom het desbetreffende onderdeel is verbeterd en wat het nu weegt* ;)

    Laten we ook eens aandacht besteden aan de absurde prijzen van onderdelen. Laat staan de immense prijsverschillen! Beetje speurwerk maakt het voor mij nóg leuker. 2e hands kopen, eventueel polijsten, spuiten en zorgvuldig monteren… dat behoort eveneens tot mijn fun-factor. Zie ik wat nieuws; paar tientjes bijleggen en weer voor een jaar plezier! En als je dan wat te koop aanbiedt; binnen 10 minuten ben je het wel kwijt via marktplaats. Dat brengt ook een nadeel met zich mee; door internet is de markt veel groter geworden. Al tijden op zoek naar een (oude) Colnago, maar de prijzen gaan echt nergens meer over. Laat staan de internationale prijzen via e-bay. Maar wie weet eens met een beetje geluk ;)

    *zo zie je maar weer dat eenieder andere criteria hanteert voor zijn ultieme funfactor.

    Mijn funfactor: bestaat dus niet alleen uit fietsen (kilometers): kopen, sleutelen et cetera! Over kwaliteitsuren gaan we het dan maar niet hebben..

  3. Gedeeltelijk eens met je blog, eerst heb je het over het feit dat het niet belangrijk is wat een fiets gekost heeft en voorts ga je wel een ietwat vreemde funn factor formule formuleren en dan vergelijkingen maken met je prestaties ten op zichten van mensen met duurdere fietsen.

    Kan ook zijn dat ook de mensen met duurdere fietsen helemaal niets geven om de prijs en z’n fiets voor alleen maar andere redenen hebben en dus helemaal niet in een startvak willen staan met alleen maar prijs gelijken of het geloof hebben dat gezien de prijs van hun karretje er ook een goeie klassering aan vast zit.

    Ik ben zelf eigenaar van dure en van heel goedkope fietsen en idd de prijs doet het hem niet….wel om een fiets niet te kopen als deze boven het budget uit komt. Van al mijn fietsen heb ik evenveel zo veel plezier.

    Het gevoel is voor mij het belangrijkste.

    Mijn funn factor is hoe vaak/veel je gelachen hebt per kilometer fietsen.

  4. Funfactor… hoe je het definieert, mag iedereen zelf weten.

    In ieder geval is mijn jaren 80 Faggin Campione del Monde een fiets met (voor mij) een hoge funfactor :) .

    Vorig jaar gratis gekregen van mijn vader, er zelf een ander freewheel en andere kettingbladen opgezet (13-14-15-16-17-18-19 was me wat te heftig, in combinatie met 52/42; het is nu 13-15-17-19-21-24-28 met 53/39). Uiteraard uit dezelfde groep van Shimano.

    Ander, moderner en comfortabeler zadel, mooie bandjes van Michelin… en inmiddels heb ik alweer honderden kilometers met de Faggin afgelegd.

    En met veel plezier. Het plezier in het fietsen was weer van dusdanige aard, dat ik onlangs een mooie occasion Bianchi RC 1885 gekocht heb.

    Afgemonteerd met Shimano (Ultegra, uitgezonderd het crankstel; dat is 105. En de 11-25 10-speed cassette heb ik vervangen door een BBB 12-28 cassette. Kettingbladen zijn 52/39).

    Ik weet dat het puristisch gezien Campagnolo zou moeten zijn, maar er zat nou eenmaal Shimano op beide fietsen.

    Ook de Bianchi heeft voor mij een hoge funfactor; inmiddels de 400 km al gepasseerd!

    Ik rij op beide fietsen, afwisselend; daarbij leg ik op de Bianchi circa 60% van mijn fietskilometers af.

    Funfactor… het plezier dat je hebt in je fiets, ongeacht waarom.

  5. De mijne kostte 250,- Moet dus iets meer mijn best doen voor een hogere funfactor. ( Al zal die nooit zo hoog komen als die van Gerard :-) )

    De fun is dat het roest hier en daar al te bespeuren is. En dat doet me niks. Ik pleur hem ook net zo makkelijk tegen de grond op een bevoorrading. Daar kan staal wel tegen. En de grootste fun is dat het een allrounder is: Ik kan er toertochten mee fietsen, met crossbandjes het veld in, met een dragertje achterop een fietsvakantie maken met het gezin. Effe bij Appie Happie wat boodschappen doen is ook mogelijk. Dan wel aan de ketting vanwege het hoge hebbeding gehalte. Ik poets hem gewoon met afwasmiddel en wasbenzine. Op 7 oktober mag ie mee naar L’Eroica voor de 209 km.

    Gewoon een fiets waar ik niet zuinig op hoeft te zijn. Een OLMO grand Prix uit 1983.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *