Tijdrit

Guido, directeur sportif van IR.Ik check buienradar. Donkerblauwe bewolking met rode vlekken. Dat ziet er goed uit. Ik trek mijn Sidi’s aan en klik mijn helm vast. Ik moet me haasten. Klik-klak-klik met beleid zo snel mogelijk de trap af. GIOS in de hand. Klik-klak-klik de hal door, voordeur open. Ik sta buiten.

Het voelt klam en warm aan. Er waait een aardige wind. Ik haal m’n iPhone tevoorschijn, start de Cyclemeter app en klik op ‘start’. Fietsbril van m’n helm op m’n neus. Weg zijn we. De eerste twee kilometer gaan door het centrum. Fietspaden. Kruising. Verkeerslicht. Dat springt op groen als ik eraan kom. Mooi.

Aan de rand van de stad schakel ik twee tandjes bij. Om meters te maken en de snelheid de hoogte in te jagen. De benen beginnen al aardig warm te worden. Mijn ademhaling begint in zijn ritme te komen. Wind tegen dus ik moet flink kracht zetten op de pedalen. Toch hoef ik niet terug te schakelen. Voldoende macht.

Na een kilometer of tien haal ik een groepje redelijke doorrijders in. Zoef er voorbij. Niet in het wiel hangen, niet groeten, niet opzij kijken. De kopman probeert – veel te laat – in mijn wiel te springen. Faalt. Een heerlijk gevoel.

De wind neemt ondertussen toe. Maar ik ben flink op stoom en over een paar kilometer draai ik zijdelings voor de wind en kan ik mijn grote verzet dus blijven rijden. Nog verderop krijg ik hem pal van achter dus dat moet goed komen. Ik heb het tevoren allemaal zo bedacht.

Het tempo gaat nog verder omhoog. Ik heb geen teller en mijn iPhone zit in de achterzak van mijn wielershirt, maar ik schat dat ik inmiddels tegen de veertig per uur ga. Ik schiet lekker op. Als ik een bocht maak zie ik dat achter me lucht inmiddels aardig donkergrijs is geworden. Er zit duidelijk regen in de lucht, onweer zelfs. Dat gaat niet lang meer duren. Ik buig me nog verder over mijn stuur. Handen onderin de beugel. Knallen. Gejaagd door de wind.

Ik draai het laatste rechte stuk op voordat ik weer aan de rand van de stad ben. Een fietspad langs het kanaal. Wind vol in de rug. Toch beginnen de benen het straffe tempo nu wel te voelen. Maar na dik dertig kilometer weet ik er desondanks nog iets van een eindsprint uit te persen. Dik boven de veertig, dat voel ik. Na een paar ferme laatste halen bol ik uit. Haal al rijdende m’n iPhone uit m’n achterzak en druk op stop. Ruim 35 gemiddeld. Voor het eerst dit seizoen. Lekker.

De lucht is nu overal bijna zwart. En ik moet nog bijna drie kilometer door de stad, met benen die in brand staan. De wind is nog verder opgestoken en zo nu en dan razen er flinke windstoten over de weg. Stormachtig zou ik willen zeggen. Ik schiet links en rechts wat langzamer verkeer voorbij – het is maar goed dat ik in een ver verleden fietskoerier ben geweest – en pak op het nippertje want donkeroranje – twee stoplichten mee. Nog een kleine kilometer.

Dan voel ik de eerste dikke druppel. Pats. In mijn nek. Ik pers er nu alles uit en ben nog slechts een paar honderd meter van mijn voordeur verwijderd. Ik ga het halen. Word niet zeiknat. Hoef mijn fiets na het douchen niet te wassen en poetsen. Fijn. Ik steek de voordeursleutel in het slot en stap binnen. Als ik omkijk zie ik de regendruppels sneller en sneller neerplenzen. Lang leve buienradar. Die heeft me vooruit geschreeuwd met zijn dreigende noodweer. Als een overspannen ploegleider in een tijdrit. – gvda

Als directeur sportif van IR schrijf ik zo nu dan over de fiets en het fietsen. Hersenspinsels, invallen, filosofische overpeinzingen en observaties van mijn hand: alles kan aan bod komen.

Pin It


5 reacties op “Tijdrit

  1. Wat een herkenbaar verhaal zeg, lijkt alsof ik het helemaal zelf beleef. Sterker nog, had voor een paar weken terug zelf zo’n gevalletje mooi weer rijden. Weg gegaan met het gevoel dat het nog wel eens flink zou gaan kunnen regenen. Onderweg alleen maar zon met veel donkere koppen rondom mij heen die bestemd waren mij nat te maken. Thuisgekomen met een heerlijke rit achter de rug en terwijl ik onder de douche duik hoor ik de regen met bakken uit de lucht komen vanuit het badkamerraam. Kortom heerlijk…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *