- Ken jij Münster? vraagt mijn vriend Kees, terwijl wij op de veranda van onze gehuurde caravan zitten op de camping in Les Mazures, een uiterst noordelijk puntje van Frankrijk, gestoken in België.
We zijn op ons jaarlijks ‘traningskamp’. Nou ja, trainingskamp. Laten we eerlijk zijn, wat zo’n 20 – 25 jaar geleden nog echt een trainingskamp was, is intussen verworden tot een fiets / film / bier / gezelligheidskamp, maar dat doet aan de naam en de intentie niks af. Want we hebben wel onze Giant – ik leg hem zuchtend in de auto – en de Colnago bij ons. We noemen het al jaren zo en verbleven inmiddels op vele plaatsen in ons eigen land, Frankrijk, Duitsland en België. Wat dacht u van Otterlo, Poupehan, Saarburg en/of Eperlique ? Ik bedoel maar.
Ik zeg: Münster! De al lang vergeten koers Enschede – Münster, een dikke 190 kilometer, heuveltje op, heuveltje af. Grote winnaars – Eddy Merckx in 1964 – een broederstrijd tussen de Ollanders en de Duitsers met dus af en toe een Bels, leren valhelmpjes, toeclipsen om u tegen te zeggen, de kabels over het stuur, witte sokken, dikke truien.
Ja Münster, ga ik onverdroten verder, terwijl hij zijn mond open doet om nog iets te zeggen, dat was nog eens koersen. De start op de Grote Markt van Enschede met de mooie kerk, de knal en meteen de eerste valpartijen in de straten, vanwege de regen. Het was een Duitser zag ik meteen uit de ooghoeken. Concurrent minder. Buiten de stad richting het oosten. Smalle wegen, veel bochten, veel glijers, veel gekraak. Ja hoor, toen vielen we ook al. en hoe! De stalen frames konden wel tegen een stootje maar liepen toch butsen, knikken en breuken op.
Ik reed Enschede-Münster één keer en dat was ergens in de zestiger jaren (!), in mijn diensttijd. Ik mocht destijds in militaire dienst fors doortrainen – het was een groot trainingskamp – en we deden mee met enkele coureurs van RETO, destijds de wielerclub uit Arnhem, waar ik vandaan kom. Dus in het trotse blauwwit, zonder sponsor. Twee vaders en twee auto’s waren mee, plus een kilo bananen.
- Maar, zegt mijn vriend. Ik dender gewoon door. Op een gegeven opgenblik breken we in tweeën. Ik zat nog net, maar dan ook maar net in de eerste groep. Het was opgehouden met regenen, oreerde ik verder, nu was het beginnen te hagelen. Nou, en als er dan veel renners afstapten reed ik juist door, want dat vergrootte mijn kans op een prijsje. En in de klassiekers waren er dertig geldprijzen (hier marken!) de winnaar 300 en de 30e toch nog 30 mark. En daar deden we het – ook – voor. Per slot kostte een Radium tube 13,50 gulden en sponsors ho maar. Ja en omdat ik een aardige nieuweling was geweest, had ik een fanclub, ik kreeg eens per maand een nieuwe tube. Ach, het was een beginnetje.
Nou en toen op weg naar Münster, ging ik verder. Veel Overijsselse renners van die tijd, Nieuwkamp, Dieperink, Boom, Dokter, Zwienenberg, Evert Hup, Dickhoff, allemaal winnaars. Nou vlakbij Münster nog een spoorwegovergang, die we schuin in de regen overmoesten. Ja en daar ga ik. Het wieltje tussen de rails. Ik heb dat blad nooit meer gelezen. Achterstand. Kansloos. Drijfnat. Dikke knie. Geen prijs. Dacht dat Bert Boom won.
- Maar, zegt Kees, ik had gelezen dat Münster het mooiste plein van Nordrhein Westfalen heeft. Kunnen we daar niet eens heen?
Ik kijk ‘m dom aan.
Henk van den Anker werkte bij de Arnhemsche Courant, de Telegraaf en Brabant Pers. Was drie jaar amateur. Vader van Guido, de directeur sportif van dit blog.
Meer columns van Henk vind je hier.

heb nog jaren mijn zullo rond gereden met een paar wielen gemaakt door bert boom , belgie heeft z,n plancaert,s in twente hebben we boom.