Dit jaar zijn er twee sportlieden overleden die me toch wat harder aangrepen dan de rest. Allereerst de Post in februari. Ik kende ‘m een beetje van hallo en goedendag, een bijeenkomst hier en een persconferentie daar, een praatje en en vraagje, maar we schudden elkaar de hand. Toch een markante man, geen allemans vriend, maar waar zou het vaderlandse wielrennen zijn als Post zijn Raleighs niet zo had voortgejaagd?
Maar recentelijk kwam het iets dichterbij met Jos van der Vleuten, die zomaar overleed op 68-jarige leeftijd in de Dominicaanse Republiek waar hij een huis had, tijdens een fietstochtje met vrouw Anja en vrienden. In het laatste nummer van Helden had er nog een artikel over hem gestaan, kiplekker, anekdotes, lachen. Ik heb in mijn amateurtijd – Post was toen al prof en won Parijs-Roubaix – veel met hem gefietst. De Vleut zat er altijd bij en won koersen bij de vleut. Geen kopgroep zonder hem en anders het asfalt maar uit de grond. Beresterk en uren op kop, dat was de Vleut. Hij werd in 1964 prof bij Flandria en reed daarna twee jaar bij Televizier met Pellenaars en ging gelijk mee naar de Tour. Won etappes en een keer de groene truin in Spanje. Hij reed ook nog voor Peugeot, Willem II, Goudsmit en Kela Tapijt.
Ik herinner me een voorval uit die tijd. Het was in de Ronde van Gelderland, met start en finish in Apeldoorn. De ronde was er een van pak ‘m beet, 180 kilometer, de Posbank, de Veluwe en het regende van start tot finish. Op tweederde van de koers, ergens midden op de heilige Veluwe, laten we zeggen bij Putten, reden we in een tweede groep achter een motoragent aan. In de groep Joske en ik en zover ik weet Ad Russens, Solaro, Leo Hermens. Maar er waren geen toeschouwers en het werd steeds stiller. Op een gegeven moment stopte de agent en stak zijn hand op. Wij voelden, een man of twintig – letterlijk en figuurlijk – knap nattigheid. ‘We zijn van het parcours’, zei de motoragent. Jos van der Vleuten schold op z’n Brabants de agent bijna van de motor maar die was al in de portofoon aan het praten. ‘Hierheen’ zei hij en we sloegen als natte katten ergens rechtsaf en binnendoor. En wat schetst onze verbazing? We kwamen midden in de kopgroep terecht. Met dank aan de rijkspolitie! Er was nog wat te klimmen, te keren en te draaien en ik weet nog dat de heer Van der Vleuten er vreselijk de gang in zette. Er was de finish in het Orderbos en er waren protesten, Leo Hermens als winnaar en ik ergens 21e. Joske was een superrenner bij de amateurs, en dat waren in die tijd de profs.
Ook genoten van de ingezonden Legnano’s in de rubriek ‘Jouw Fiets‘ op dit blog. Vooral die van Piet Schafthuizen en Bas Buisman – maar de rooie van Ingmar is ook fraai – schitterend! Ik weet haast wel zeker dat-ie van Piet 60 hoog is en die van Bas 58 (CT) maar dat terzijde. Want mijn tweede fiets was er ook een, en ook in goud-wit. Ik heb er een zwartwit-fotootje van, zie onderaan. Het fietsvirus zat niet in de familie, pa sportte niet maar bridgede, dus is aangewaaid. De eerste fiets was een W.B.R. uit Rotterdam, groen metalig. Tikje krom, een seizoen bij de nieuwelingen op het toen vaste verzetje. Toen kwam de Legnano, want de later enige prof bij RETO uit Arnhem, Cees van Espen (ook Televizier), de renner die wij allemaal tevergeefs probeerden te kloppen, had ook een gouden Legnano. De mijne was iets te laag, 58 cm, dus extra lange zadelpen, toen al stoer, maar een juweel. Heb er enkele jaren op gekoerst, de Ronde van Ochten nog op gewonnen. En met een stalen cranckstel en cranckspien. Kort daarna verscheen het spieloos cranckstel. En ook had ik evenals Rik II, de handels later in het stuur en niet op de staande buis. Spurters onder elkaar weet je wel, want dat was het enige dat ik een beetje kon, meeslippen, wachten en afspurten. En natuurlijk, af en toe op kop (!). Wordt vervolgd.
Ik denk aan Jos uit Mierlo-Hout, de man met de stevige poten en de altijd glimlach en wens jullie allemaal een goed 2012.
Foto uit de oude doos; Henk en zijn Legnano. Er is hier duidelijk sprake van een kettingbreuk. Rechts zijn pa, destijds voorzitter van wielerclub RETO in Arnhem, als onmiddellijke assistent.
Henk van den Anker werkte bij de Arnhemsche Courant, de Telegraaf en Brabant Pers. Was drie jaar amateur. Vader van Guido, de directeur sportiv van dit blog.


Schitterend. Ik ken het verhaal over De Ronde van Gelderland ivm Bart Solaro. Nooit geweten dat De Vleut daarbij was.
spieloos cranckstel! Wat was dat een toverwoord! Mooi verhaal weer!
Mooi stukje uit de oude doos.
Groet,
Tanja van der Vleuten
Schitterend verhaal! Ben benieuwd naar het vervolg pa van den Anker.
Henk, wat was het prijzengeld destijds in pak hem beet “De Ronde Van Gelderland ?”