Pantani kraantje

Gerard van Dongen op Italiaanse Racefietsen

Gerard

Ik heb een zwak voor dingen die uit Italië komen. Natuurlijk racefietsen en coureurs om het even binnen deze blog te houden. Maar ik ben ook dol op Italiaans eten. Ik bedoel dan iets anders dan pizza met ananas en shoarmavlees. Of wat te denken van Honig macaroni. Jak! Ik ben beslist geen zeikerd met eten maar… er zijn grenzen.

Laten we ons op deze (IR) blog toch vooral focussen op de Italiaanse racefietsen. Fietsen als Colnago, Masi, Olmo, De Rosa en Gios. Zelf was ik een van de eerste Nederlanders die op een Gios fietste. M’n hart gaat er nog steeds sneller van kloppen.

Deze week heb ik nog een Gios (djos) uit Italië meegenomen. Eigenlijk geen budget. Eigenlijk geen ruimte. Eigenlijk fietsen genoeg. Maar eigenlijk is verstand en Italiaanse racefietsen zijn vooral emotie. Voor een beetje mooi blauw wil ik wel even rood staan.

Naast Gios ben ik een wat doorgeslagen Bianchi fan. Natuurlijk speelt ook daar de kleur een rol. Een Gios neem je in het blauw en een Bianchi in celeste. BASTA! Dat celeste is door de jaren nogal eens van kleur verschoten en het oorspronkelijke lichte blauw is meer en meer zeegroen geworden.

Toch betekent celeste niks meer en niks minder dan… lichtblauw. Naast de kleur van Bianchi zijn er maar weinig merken die zo’n historie neer kunnen leggen. Veel Italiaanse fietsmerken zijn inmiddels gesneuveld (of maken geen racefietsen meer) of zijn opgegaan in Bianchi zoals het historisch rijke Legnano.

Mijn eerste Bianchi had ook alles te maken met de rijke Italiaanse wielerhistorie. Vooral Gimondi en een beetje Argentin hadden flink invloed op deze keuze voor die eerste Bianchi. Een X4 met Record C en vette Sigma Pave velgen. Ik was al fan van Coppi en door mijn eigen Bianchi woekerde dat werkelijk over alle grenzen heen.

Boeken, posters, monumenten bezoeken, foto’s en het maakte niet uit waar het vandaan kwam.

M’n bewieroking 25 jaar geleden van Coppi in een verslag van de toerversie van de ronde van Lombardije leverde me ook post uit Italië, België, Nederland en Duitsland op. Ik vind het ook prachtig hoe ze in Italië doorslaan in het eren van Fausto. Tien jaar geleden kwam geen enkele renner in de buurt van die Coppi adoratie. Op geen enkele manier!

Valentijnsdag 2004 bracht daar verandering in. Uitgerekend op de dag dat je je liefde verklaart steeg de ziel van Marco naar de eeuwige bergetappes. Ver boven de Cima Coppi. Pantani was niet meer en Italië was ontroostbaar. Geloof me: Italië is nog steeds ontroostbaar.

Van Fausto Coppi staan er honderden monumenten, straatnaamborden, plaquettes langs de Italiaanse wegen. In zeven jaar is Pantani met een indrukwekkende inhaalrace bezig. Overal in Italië poppen naambordjes, monumenten en plaquettes op ter nagedachtenis aan Marco.

 

Ik begrijp de Italianen ook wel. Ik ben ook een Pantani fan. Niet omdat hij op Bianchi heeft gereden. Niet omdat hij Italiaan is. Ik was vooral fan van Pantani omdat hij met z’n hart koerste. Een hart wat hem ook fataal is geworden.

Vorige week heb ik Firenze-Modena gefiets. De eerste Giro etappe die Coppi heeft gewonnen. Uit m’n hoofd op een Legnano en NIET op een Bianchi. Op het parcours kom je twee monumenten van Coppi tegen. Onze Italiaanse vrienden vinden dat prachtig maar de meeste fietsen allemaal door.

In de finale van de rit kom je langs een fonteintje met een klein plaatje ter nagedachtenis aan Pantani. ALLEMAAL stoppen ze daar om hun bidon te vullen. Op een gepaste afstand aanschouw ik het tafereel. Ik ben maar een buitenstaander. Geen Italiaan maar straniero met koud calvinistisch bloed. Zuinig bedacht ik nog dat ik net m’n bidons had gevuld. Ik hoefde niet. Iedereen maakt foto’s van het plaatje. Sommige halen echt voor het eerst die dag hun telefoon uit hun shirt. Maken een foto en bellen. Si, Ecco, Marco, si, si, Pantani. Pantani! Marco!

M’n vriend Luigi heeft precies op die plek een lekke band en dat wordt door de Italianen bijna als een goddelijk geschenk aanvaard. Nog even vijf minuten langer bij het Pantani fonteintje. Zonder dat iemand het ziet giet ik m’n bidons leeg in de spuug lelijke geraniums die naast de bushalte staan. Ik loop naar het fonteintje en vul met een brok in m’n keel m’n bidons. Bij de tweede laat ik het laatste stukje druppelen als tranen van je wangen. Tranen die ze in Italië nog dagelijks laten. Marco wat houdt Italië van je en wat missen ze je.

Bij het kraantje van Pantani liet ik even een klein traantje. Italië wat ben je mooi!

Gerard van Dongen heeft in de jaren zeventig een beetje gekoerst. De tachtiger en negentiger jaren vulde hij met toerfietsen. De laatste jaren is Gerard vooral op zoek naar wielerromantiek. De fietsavonturen en andere hobby’s van Gerard kun je volgen op zijn blog.

Pin It


1 Reactie op “Pantani kraantje

  1. Zoals gewoonlijk weer een prachtig stukje proza Gerard! Maar eh, Coppi op Legnano? ‘t Merk van zijn grote concurent Bartali? Hier dient opheldering over te komen!

    Groeten en nog veel inspiratie toegewenst, Theo.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *